Wat vinden kinderen van klimaatverandering?

Roos van der Aa

Toekomstbeeld met meerdere perspectieven (Bron: onderzoeksparticipanten).

‘Ongeveer 70% van de kinderen en jongeren maakt zich zorgen om klimaatverandering’, en ‘Eén op de vijf jongeren heeft klimaatstress’. Dit zijn cijfers uit onderzoeken sinds 2021 die aanduiden dat kinderen zich zorgen maken over het klimaat. Het schetst een zorgwekkend beeld. Tegelijkertijd laat mijn eigen onderzoek ook andere ervaringen zien. 

Kinderen en jongeren maken zich zorgen over klimaatverandering. In 2019 ondervroegen Save the Children en de kinderkrant Kidsweek 800 kinderen van 8 tot 14 jaar via een enquête over hun zorgen rond klimaatverandering. Hieruit bleek dat maar liefst 75% zich zorgen maakte, en dat de helft van de respondenten dacht dat zij meer zouden kunnen doen voor het klimaat. Ook Ipsos liet in 2023 zien dat, van de duizend jongeren van 16 t/m 30 jaar, een op de vijf stress ervaarde als zij aan het klimaat dachten.

Wat mij aan het discours rondom jongeren en klimaatverandering opvalt, is dat het voornamelijk inzoomt op de zorgen: kinderen en jongeren maken zich zorgen over hun toekomst, hebben klimaatstress, of liggen er zelfs ‘s nachts wakker van. Een aantal kinderen maakt zich inderdaad (grote) zorgen en het is erg goed dat daar aandacht aan wordt besteed. Ik mis alleen in de berichtgeving het perspectief van de andere kinderen: de kinderen die hoop hebben dat een betere toekomst mogelijk is, de kinderen die zich over andere zaken zorgen maken dan klimaatverandering, of die zich juist helemaal niet zoveel zorgen maken. Mijn onderzoek naar de percepties van kinderen ten opzichte van klimaatverandering en hun toekomst, laat deze verscheidenheid aan perspectieven wel zien.

Utrechtse kinderen en klimaatverandering
Voor mijn onderzoek naar de percepties van kinderen ten opzichte van klimaatverandering en hun toekomst, heb ik veertig kinderen van 10 t/m 12 jaar in Utrecht gevraagd om te tekenen hoe zij denken dat hun wijk er over twintig jaar uit zal zien, rekening houdend met klimaatverandering. Aanvullend zijn er korte interviews gehouden, zodat de kinderen hun tekening verder konden toelichten. De resultaten lopen ontzettend uiteen en laten zes verschillende toekomstbeelden en perspectieven zien.

Allereerst richtte een groep kinderen zich in hun tekening op de negatieve effecten van klimaatverandering. Zij tekenden bijvoorbeeld vloedgolven of juist extreme hitte en droogte. Deze kinderen maakten zich zorgen over de gevolgen van klimaatverandering. Een tweede groep kinderen maakte zich zorgen over het gebrek aan bewustzijn en actie in de maatschappij en politiek ten opzichte van klimaatverandering. Die kinderen uitten soms ook frustratie tijdens de interviews. Als derde lieten sommige kinderen hun zorgen zien over andere grote maatschappelijke thema’s en tekenden toekomstbeelden waarin oorlog werd gevoerd, waarin mensen alleen maar op hun telefoon bezig waren of waarin mensen allerlei troep op de grond gooiden.

De vierde en grootste groep kinderen liet zien dat zij er vertrouwen in hadden dat het bewustzijn zou toenemen in de maatschappij en politiek en dat klimaatactie mogelijk is. Deze kinderen tekenden bijvoorbeeld duurzame wijken, waarin iedereen met de fiets ging of veganistisch was, zoals te zien in Afbeelding 2. Een vijfde groep kinderen tekenden technologische ontwikkelingen in hun toekomstbeeld die het leven zouden verrijken en klimaatverandering zouden kunnen oplossen. Als laatste was er een groep kinderen die eigenlijk helemaal niet zo bezig waren met klimaatverandering. Zij tekenden wel effecten van klimaatverandering, maar uitten tijdens het interview hierover geen zorgen. Andere kinderen binnen deze groep hadden überhaupt niks over klimaatverandering getekend of verteld, maar alleen hoe hun eigen leven er uit zou komen te zien. Deze resultaten laten zien dat er geen eenduidig beeld bestaat van hoe kinderen naar klimaatverandering en hun toekomst kijken.

De meeste kinderen positief
Uiteindelijk blijken in mijn onderzoek de meeste kinderen positief ten opzichte van klimaatverandering en de toekomst. Zij kunnen zich bijvoorbeeld voorstellen dat de overheid klimaatgerichte maatregelen neemt, zoals het verplichten van elektrisch rijden: “Het (elektrisch rijden) is verplicht door de regering. En je krijgt er heel veel geld voor als je het doet. […] Zo word je eigenlijk gewoon een beetje gedwongen om elektrisch te rijden.” Daarnaast vertellen kinderen dat de samenleving gedragsverandering laat zien, zoals investeren in een circulaire economie middels de tweedehands (ver)koop-app Vinted: “Vinted is de meest gebruikte app, omdat er niet meer zoveel kledingwinkels zijn en niemand neemt dat meer: veel nieuwe kleding”. Of dat technologie ons leven gaat verrijken, maar ons ook gaat helpen bij het tegengaan van klimaatverandering, door bijvoorbeeld nieuwe uitvindingen: “Ik had een vliegende elektrische auto. Ik denk ook wel dat ze dan krachtige elektriciteit hebben en een mini-accu waar heel veel in past. En dat die zoveel kracht heeft om een enorm krachtige motor aan te kunnen drijven”.

Toekomstbeeld met meer bewustwording en actie (Bron: Onderzoeksparticipanten)

‘Jonge mensen hebben hoop nodig’
Zoals sociaal pedagoog en emeritus hoogleraar Pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, Micha de Winter, in 2017 tijdens zijn afscheidscollege al aangaf: ‘Jonge mensen hebben hoop en optimisme nodig’. Hoop kan namelijk motiveren tot inzet, tot leren, tot jezelf willen ontwikkelen en het werken aan doelen. In een Australisch onderzoek werden jongeren van 11 t/m 16 jaar zélf gevraagd om aan te geven waarom zij hoop belangrijk vonden. Zij vertelden dat hoop voor hen een belangrijke bron is voor het stellen van doelen en voor blijdschap; dat hoop belangrijk is voor het nastreven van die doelen; dat het leven zonder hoop maar verdrietig is en dat hoop belangrijk is, omdat het soms het enige is wat iemand nog heeft.

Maar jonge mensen hebben ouders, leerkrachten, een samenleving en dus ook media nodig die hen helpen om hoopvol naar de toekomst te kijken. Die ook de stemmen laten zien van kinderen die hoopvol zijn. Want alhoewel kinderen zich zorgen kunnen maken, kunnen zij ook tegelijkertijd positief betrokken zijn bij klimaatverandering. En alhoewel er inderdaad één op de vijf jongeren klimaatstress ervaart, doet ook één op de vier mee aan acties om klimaatverandering aan te pakken. Maar dat is niet het verhaal dat de media in hun koppen benadrukken.

Het is dus niet zo gemakkelijk om hoopvol te worden, te zijn en te blijven, als de gevoelens en ervaringen van kinderen met betrekking tot het klimaat alsmaar negatief worden gepresenteerd in de media, in de politiek, op school of aan de keukentafel. Uit onderzoek onder 332 Nederlandse kinderen op de basisschool blijkt namelijk dat juist het toevoegen van positieve, en hoopvolle elementen in nieuwsberichten, minder negatieve en meer positieve gevoelens teweeg brengt bij kinderen.   

Pedagogiek van de hoop
De Winter introduceert in zijn afscheidscollege tevens de pedagogiek van de hoop. Daarmee benadrukt hij dat opvoeders, leerkrachten en ook de samenleving als geheel een belangrijke rol spelen in het voeden van hoop bij jongeren. Hij formuleert hiervoor vier kernprincipes. Allereerst dienen wij jongeren handelingsperspectief te bieden, waarbij wij hen leren om zelf achtergronden, bronnen, argumenten en mogelijke oplossingen te zoeken. Daarna gaat het om al te snelle oordelen en verlangens te onderbreken, waarbij jongeren geleerd wordt om eigen argumenten op een rij te zetten en andermans argumenten te respecteren. Als laatste moeten wij zelf optimisme voorleven en participatie bevorderen tussen de jongeren. Het gaat er dus niet alleen om dat jongeren te zien krijgen wat er misgaat, maar juist dat ze ervaren dat ze invloed kunnen uitoefenen, dat hun stem telt en dat volwassenen daarin het goede voorbeeld geven.

Hoopvol klimaatonderwijs
Mijn onderzoek naar de percepties van kinderen ten opzichte van klimaatverandering is de eerste binnen mijn PhD-traject. In dit traject onderzoek ik hoe er op een hoopvolle manier les kan worden gegeven over klimaatverandering aan kinderen in de bovenbouw van Utrechtse basisscholen. Hierbij probeer ik tegemoet te komen aan álle perspectieven van kinderen, niet alleen de zorgen.            

De kinderen in mijn onderzoek hebben namelijk niet alleen zorgen, maar juist ook toekomstbeelden vol samenwerking en verandering. Ze laten zien dat hoop en daadkracht hand in hand kunnen gaan. Als we de stemmen van deze kinderen serieuzer nemen en meer laten horen, in de media, in de politiek, in onderzoeksartikelen, op school of aan de keukentafel, kan er gebouwd worden aan een toekomst die niet alleen draait om angst, maar ook om handelingsperspectief, om actieve participatie en om hoop. Precies de toekomst waar een groot deel van de kinderen wél in gelooft, net zoals Jane Goodall’s boodschap aan toekomstige generaties in haar ‘Famous Last Words’ op Netflix: ‘You have it in your power to make a difference. Don’t give up. There is a future for you.’

Roos van der Aa (r.r.w.vanderaa@uu.nl) doet op dit moment een PhD onderzoek aan de Universiteit Utrecht naar hoopvol klimaatonderwijs in het basisonderwijs. Daarnaast geeft zij les op een basisschool in Vleuten.