Veranderende sociale cohesie door gentrificatie

Tim Giesbers

Een straat in Amsterdam-Noord (Bron: Kevin Gessner via Flickr)

Gentrificatie is een stedelijk proces waarin jongeren vaak als schuldige worden aangewezen. We nemen in dit artikel de woordenboekdefinitie van gentrificatie onder de loep, met als casus het stadsdeel Amsterdam-Noord. Hoe verandert het gevoel van sociale cohesie voor de oude bewoners en wat kan eraan gedaan worden om dit te verbeteren?

Voor dit artikel kijken we specifiek naar het stadsdeel Amsterdam-Noord tussen ’t IJ en de Ring. Diverse onderzoeken stellen dat er gentrificatie plaatsvindt in dit stadsdeel. Burgemeester Femke Halsema was recentelijk te gast in een special van de Grote Podcastlas en vertelde daarin dat mensen met de laagste inkomens nauwelijks nog in wijken binnen de ring kunnen wonen. “In Noord nog wel”, voegde ze daaraan toe. Het is de vraag hoe lang dat nog zo is en welke gevolgen gentrificatie heeft voor een stadsdeel als Amsterdam-Noord? Lang was Noord een redelijk geïsoleerd stukje Amsterdam. Het was belangrijk voor de scheepsbouw en industrie, waarna er tussen de wereldoorlogen steeds meer mensen gingen wonen. Zogeheten tuindorpen werden gebouwd, wijken met huizen die een voor- en achtertuin kregen. Voorbeelden hiervan zijn de Van der Pekbuurt, Oostzaan, Betondorp en Buiksloot. Noord is een snel groeiend stuk Amsterdam, met inmiddels meer dan 100.000 inwoners en over dertig jaar volgens schattingen meer dan 150.000 inwoners.

Van Dale definieert het begrip ‘gentrificatie’ als ‘[een] verbetering van de buurt door de komst van kapitaalkrachtige jongeren, gepaard gaand met verarming van de sociale opbouw’. In dit artikel proberen we deze definitie verder uit te diepen, door de drie componenten waaruit deze bestaat één voor één van context te voorzien en zo te controleren of deze definitie wel altijd klopt. Een woordenboek als Van Dale heeft als instituut een invloed op de context waarin bijvoorbeeld beleidsmakers deze definities gebruiken. Wanneer een deel van de definitie niet (geheel) klopt, heeft dat dus invloed op het beleid.

Eerst komt ‘verbetering van de buurt’ aan bod: wat betekent gentrificatie voor de voorzieningen en infrastructuur van een buurt? Daarna ‘kapitaalkrachtige jongeren’: wat betekenen de ontwikkelingen voor de bevolkingsopbouw qua leeftijd en inkomen? En als laatste ‘verarming van de sociale opbouw’: hoe verandert het bestaande gevoel van sociale cohesie door de gentrificatie? We vertalen deze onderdelen van de definitie naar de context van Amsterdam-Noord en kijken of deze definitie ook hier strookt met de realiteit. Nadat we hebben gecontroleerd of de woordenboekdefinitie wel helemaal klopt, kijken we naar wat een stad kan doen om de mogelijke negatieve sociale effecten tegen te gaan. Want is het per definitie onvermijdelijk dat de sociale opbouw verarmt?

Verbetering van de buurt
Wanneer een gemeentebestuur besluit in een wijk te investeren, gaat het vaak om investeringen in woningen, infrastructuur en voorzieningen. Wijken waarin gentrificatie plaatsvindt zijn vaak wijken met oudere woningen waar achterstallig onderhoud geen bijzonderheid is. Wanneer bewoners al jaren vragen om een aanpak van de buurt, om bijvoorbeeld woningen beter te isoleren, gebeurt dit zeker niet altijd. Isoleren levert niet direct winst op voor woningcorporaties dus worden deze maatregelen vaak uitgesteld. Een van die corporaties, Ymere, verkocht een aantal jaar geleden 66 woningen in de Van der Pekbuurt in Noord aan ontwikkelaar Dura Vermeer. Het gevolg was een toename van koopwoningen, helaas onbetaalbaar voor de oude bewoners.

Mede door dit soort beslissingen, moeten die oude bewoners dan ook soms noodgedwongen verhuizen. Weg uit de buurt die ze kennen en waar ze hun sociale contacten hebben. Wanneer zij verdrongen worden van de huizenmarkt moeten ze verder weg van het stadscentrum of zelfs helemaal weg uit de stad. Zo verhuisden in 2024 meer dan vierduizend mensen naar Amstelveen en meer dan drieduizend Amsterdammers naar zowel Haarlemmermeer als Almere. Hier gaat het volgens een onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam ook om jonge mensen. Het onderzoek geeft geen uitsluitsel over de redenen voor verhuizing, maar volgens onderzoeker Jaap Draaisma is het ‘aannemelijk dat de krapte op de woningmarkt de reden is’.

Een verbetering in de infrastructuur is zeker zichtbaar in Amsterdam-Noord. Zo is na decennia in 2018 de Noord/Zuidlijn geopend. Deze zorgt voor een betere bereikbaarheid van Noord en dagelijks reizen meer dan 100.000 mensen met deze metrolijn. Vorig jaar werd ook overeenstemming bereikt over de financiering van een fiets- en voetgangersbrug over het IJ, de Oostbrug. Dit zorgt ervoor dat fietsers niet langer de veerpont nodig hebben om Noord te bereiken of vanuit dat stadsdeel naar Amsterdam-Oost. Deze brug is op zijn vroegst in 2034 klaar en de gemeente verwacht zo’n 20.000 tot 25.000 gebruikers per dag.

Extra voorzieningen worden soms pas geplaatst wanneer er nieuwe bewoners komen. Dit maakt het wonen in de buurt voor mensen van buitenaf aantrekkelijk. Sociaal geograaf Wouter van Gent zegt hierover in een interview in De Volkskrant: “Sommige ambtenaren denken nog vanuit de jaren negentig. Zij willen bouwen voor de mensen die de stad nog in willen komen, in plaats van de mensen die er al wonen.” Een voorbeeld hiervan is in het Koopvaardersplantsoen in de wijk Banne Buiksloot. Hier kwam een groenstrook met nieuwe speelvoorzieningen en een moestuin er pas toen er nieuwe woningen gebouwd werden, terwijl mensen in de oudere woningen hier al langer om vroegen. Dit is dan nog een voorziening die voor beide bevolkingsgroepen bedoeld is, maar vaak komt er ook aanbod specifiek voor de nieuwe bewoners. In de eerder aangehaalde Van der Pekbuurt kwamen meer biologische kraampjes op de markt en kwamen moderne winkels zoals een luxe broodjeszaak of een dure skatewinkel in de plaats van bestaand aanbod. Winkels waar de oude bewoners niet komen, omdat deze buiten hun bestedingsruimte ligt. Hierdoor voelen zij zich minder welkom in hun eigen winkelstraat en moeten ze verder reizen voor de winkels die ze wel willen bezoeken. Van Dale noemt dit hele proces een verbetering van de buurt, maar dit kan door verschillende mensen verschillend worden opgevat. Wat een verbetering is voor nieuwe bewoners, wordt niet zo ervaren door alle oude bewoners

Kapitaalkrachtige jongeren
Klopt het tweede deel van de definitie van Van Dale dan wel, door te stellen dat het om kapitaalkrachtige jongeren gaat? Om ons eerst te richten op de jongeren: dat de stad Amsterdam een steeds jongere bevolking krijgt staat vast. In een onderzoek van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) uit 2018 blijkt dat in de afgelopen dertig jaar steeds meer jongeren richting de stad verhuisd zijn, waar 30-plussers deze juist eerder verlaten. Dit hangt samen met een toename van het aantal (internationale) studenten, van circa 64.000 in 2000 naar ruim 124.000 in 2025. Zij willen vaak in de stad wonen waar zij studeren. Ook is er een toename aan jonge werknemers van grote bedrijven op bijvoorbeeld de Zuidas.

De gemeente Amsterdam wilde in de jaren tachtig jongeren in de stad houden; het bouwde veel nieuwe koopwoningen voor oud-studenten, waarvan een deel een gezin startte. Dit ging ten koste van sociale huurwoningen en zorgde voor een verandering in de bevolkingssamenstelling. De gemeente stelt zelf dat het de laatste jaren voornamelijk ‘(buitenlandse) studenten, pas afgestudeerden en expats’ zijn die naar de stad trekken. Deze groepen gaan echter niet allemaal naar Amsterdam-Noord. Wat opvalt in dat stadsdeel: het aantal jonge gezinnen is toegenomen sinds 2017 maar hun aandeel in het totale aantal inwoners van Noord nam iets af. Er zijn veel nieuwe inwoners gekomen, maar andere bevolkingsgroepen zijn relatief harder gegroeid.

Dan het woord ‘kapitaalkrachtige’. Het gemiddelde besteedbare inkomen in Noord is gestegen de laatste jaren. Tussen 2017 en 2019 gaat het om een stijging van 8 procent, van 34.900 euro naar 37.800 euro per huishouden per jaar. Dit is niet direct een-op-een toe te schrijven aan de nieuwe bewoners, maar er is wel een correlatie met de toename aan nieuwe bewoners. Waar in 2016 nog 60 procent van de huishoudens negen jaar of langer in Noord woonde, nam dit aandeel in 2022 af naar 48 procent. Er komen verhoudingsgewijs dus steeds meer mensen bij die ‘nieuw’ zijn. Dit komt ook door een vertrek van een deel van de oorspronkelijke bewoners.

De gemeente Amsterdam deed eind 2023 onderzoek naar zogeheten kapitaalstapelaars. Dit zijn huishoudens waarin twee mensen met een hbo- of wo-opleiding hun vaak hogere inkomen stapelen. In Amsterdam-Noord is een sterke stijging te zien van het aandeel hbo- of wo-inwoners. Hiermee gepaard gaat dat er ook meer kapitaalstapelaars zijn. Dit stadsdeel maakt de grootste stijging mee van het aandeel kapitaalstapelaars: van 4 procent in 2013 tot 9 procent in 2021.

Wat we kunnen concluderen uit deze cijfers is dat de bevolking van Amsterdam-Noord zowel jonger als kapitaalkrachtiger wordt. Echter is er geen data die direct bevestigt dat er meer kapitaalkrachtige jongeren zijn, hoewel er wel een correlatie is tussen de verjonging en toename in kapitaal. Het is lastig dit deel van de definitie van Van Dale op basis van beschikbare data te toetsen aan de realiteit in Amsterdam-Noord.

Verarming van de sociale opbouw
Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de oude bewoners en hoe verandert hun gevoel van sociale cohesie in de buurt? Het al benoemde gevolg van gentrificatie is dat een deel van de oude bewoners noodgedwongen vertrekt. Wanneer je geen betaalbare woning meer kunt vinden door het stijgen van de woningprijzen, moet je buiten je buurt of wellicht buiten de stad op zoek naar een nieuwe woonruimte. Jongeren die zonder groot startkapitaal als starter de woningmarkt willen betreden, kunnen hierdoor ook uit het stadsdeel verdrongen worden.

Bij mensen die al langer op dezelfde plek wonen kan het gevoel leven dat ze minder welkom zijn in hun wijk. Zoals eerder beschreven komen er nieuwe voorzieningen wanneer er nieuwe bewoners komen. Hippe winkels die zich meer richten op de nieuwe middenklasse en minder op de oorspronkelijke bewoners. Deze komen als vervanging van oude voorzieningen, die voor de bewoners bekend en vertrouwd waren. Zij kunnen hierdoor hun vaste ontmoetingsplek verliezen, wat leidt tot gevoelens van verdringing.

De gemeente Amsterdam wil de sociale cohesie verbeteren en richt zich hierbij vooral op bridging social capital, gericht op het verbinden van mensen die van elkaar verschillen op cultureel en economisch vlak. Hierbij wordt minder gekeken naar bonding social capital, waarbij het draait om het sociaal netwerk van mensen met hun naasten zoals familie en vrienden. Zo zet de gemeente in op activiteiten die vooral gericht zijn op de verschillende bewoners, zowel de oude als de nieuwe. In de praktijk wordt een subsidieaanvraag voor bingoavonden afgewezen, omdat deze volgens de gemeente te veel gericht is op alleen de oude bewoners.

Sociale cohesie in een wijk kan verbeteren door zogeheten publieke familiariteit. Wanneer mensen elkaar vaker ongedwongen tegenkomen in de publieke ruimte, neemt de sociale cohesie toe. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) pleit hier vooral voor in wijken met een grote diversiteit. Lichte, terloopse contacten zorgen voor een verbeterd gevoel van vertrouwdheid tussen vreemde buurtbewoners. Red Amsterdam Noord werd in het leven geroepen, om een halt te kunnen toeroepen aan de snelle veranderingen in het stadsdeel. Hierin zitten meerdere actiegroepen en bewoners, die stellen dat de tweedeling groeit. Uit onderzoek blijkt ook dat in gegentrificeerde buurten de verhoudingen tussen oude en nieuwe bewoners vaak oppervlakkig of in het ergste geval vijandig zijn.

Zelfs wanneer de voorzieningen gratis en vrij toegankelijk zijn, voelt het alsof het niet voor de oude bewoners is, omdat een groenstrook zoals die in het Koopvaardersplantsoen er pas komt wanneer er ook nieuwbouw is, zo vertelden Chris Keulemans en Terra Dakota Stein van actiegroep Verdedig Noord op NPO Radio 1. Die oude bewoners zien dan aan de overkant van de straat een verbetering van de wijk, maar ze voelen zich er geen onderdeel van omdat deze er pas komt wanneer er nieuwe woningen gebouwd worden.

Zo kunnen we concluderen dat Van Dale hier best een punt heeft. We zien dat in Amsterdam-Noord het gevoel van sociale cohesie afneemt door de gentrificatie. Oude bewoners voelen zich minder thuis en minder verbonden met hun nieuwe buurtbewoners.

Sociale cohesie beschermen
Om te concluderen over de Van Dale-definitie: moet een ‘verbetering van de buurt door de komst van kapitaalkrachtige jongeren’ altijd gepaard gaan met een ‘verarming van de sociale opbouw’? Er zijn namelijk manieren om de afname van sociale cohesie te voorkomen of tegen te gaan. Zo kunnen er eisen gesteld worden aan het minimale aantal sociale huurwoningen in een wijk. Dat doet de gemeente Amsterdam al in de Van der Pekbuurt, waar 70 tot 80 procent sociale huur moet blijven. Zo worden oude bewoners niet gedwongen te verhuizen door te hoge prijzen. De kinderen van de oude bewoners krijgen ook meer een kans om in de buurt te blijven wonen.

Door de bewoners te betrekken in het maken van dergelijke plannen voelen mensen ook meer sociale binding met de wijk. In het project Aanpak Noord werkt de gemeente samen Red Amsterdam Noord. Hierin wordt specifiek benoemd dat kansen voor jongeren een belangrijk doel is. Zo moeten er goede jeugdvoorzieningen zijn en een thuis voor iedereen.

De gemeente legt een grote nadruk op inclusiviteit en sociale integratie tussen bevolkingsgroepen. Bijvoorbeeld door projecten te bevorderen op het gebied van muziek en kunst die voor alle bewoners bedoeld zijn. In buurthuizen kunnen projecten komen voor alle doelgroepen, van muziekles voor kinderen tot een bingo voor ouderen. Het is aan de gemeente om er hierbij zorg voor te dragen dat mensen niet gaan proberen vooral zélf te verdienen aan het verbeteren van de sociale cohesie. Speciale broodjes bakken met de buurt is prima, maar deze moeten vervolgens niet voor veel geld verkocht worden. Dit soort projecten zorgen voor meer sociale omgang in de buurt. Jongeren kunnen hun creativiteit aanwenden om mede deze activiteiten op te zetten. Door onder meer die groep de kans te geven zich te mengen in publieke ontmoetingsplekken creëer je meer publieke familiariteit. Dit zorgt voor meer bekendheid en een grotere kans dat mensen elkaar vaker ontmoeten en dat een buurt leefbaarder wordt. Zo hoeft gentrificatie niet per se ten koste te gaan van de sociale opbouw.

Tim Giesbers (timgiesbers@outlook.com) is student Journalistiek aan de Fontys Journalistiek in Tilburg met een interesse in (sociale) geografie. Dit artikel is een onderdeel van zijn afstudeerportfolio.