Rik Huizinga, Rens Jonker en Saskia van Schijndel

In dit nummer blikt AGORA terug op haar 40 jarig bestaan. De artikelen in die jaren geven een goede indruk van de veranderende tijdsgeest en dominante maatschappelijke vraagstukken. Wat is er veranderd in het sociaal-ruimtelijk vakgebied, en wat is hetzelfde gebleven? We nemen je in dit artikel én nummer in vogelvlucht mee.
Ontwikkelingen in het sociaal-ruimtelijk domein
Toen dit blad haar eerste editie uitbracht in 1984, werkten geografen en planologen nog voornamelijk met analoge kaarten, luchtfoto’s en veldwaarnemingen. Informatie werd handmatig verzameld en geanalyseerd, de analyses en conclusies werden uitgeschreven met typmachines of de eerste versies van personal computers. De huidige generatie geografen en planologen gebruikt geavanceerde digitale technologieën, interactieve modellen en geïntegreerde databronnen. Denk maar aan Geografische Informatiesystemen (GIS), satellietdata, drones en sensoren om real-time informatie te verzamelen.
Daarnaast richtten veel geografen en planologen in 1984 zich nog vaak op de lokale of nationale schaal, en werkte bijvoorbeeld
aan bestemmingsplannen of ruimtelijk beleid. De huidige generatie opereert veel meer tussen verschillende ruimtelijke schaalniveaus.
Lokale problemen worden veel meer in het perspectief geplaatst van mondiale vraagstukken, denk bijvoorbeeld aan lokale funderingsproblemen door veranderingen in het grondwaterpeil, als gevolg van mondiale klimaatverandering. Om zulke wicked problems aan te pakken is internationale, multidisciplinaire samenwerking belangrijker geworden. Beleid in de jaren ’80 was vaker top-down en eenrichtingsverkeer van overheid naar burgers
en bedrijven. Nu ligt de nadruk steeds meer op participatie en co-creatie. Geografen en planologen moeten hierdoor ook sociale vaardigheden inzetten om goed te kunnen schakelen tussen rollen en verwachtingen.
Ten slotte is er een verschuiving richting duurzaamheid en milieu. Milieubeleid bewoog in de loop van de jaren ’80 van een afzonderlijk beleidsveld steeds meer richting ruimtelijke ordening. Nu is het een integraal onderdeel van veel ruimtelijke projecten en worden disciplines verweven worden. Meer groen in de plannen draagt bij aan lokale verkoeling en een toename – of herstel – van biodiversiteit. Door afstemming van mobiliteit en ruimtelijke ordening zijn minder (verre) verplaatsingen nodig en is er meer ruimte voor duurzame modaliteiten zoals lopen, fietsen en OV. Met de invoer van de Nederlandse Omgevingswet begin 2024, zijn de disciplines ook op het niveau van regelgeving met elkaar verknoopt. Kortom, de integraliteit van thema’s uit de fysieke leefomgeving voor de aanpak van ruimtelijke vraagstukken is geen keuze meer, maar een uitgangspunt.
“Geografen en planologen moeten sociale vaardigheden inzetten“
Van ‘1984’ naar 2024
In het boek 1984 voorspelde George Orwell een dystopisch toekomstbeeld van een totalitair regime geleid door Big Brother, waarin individuele vrijheden en het recht op onafhankelijk en kritisch denken onder druk staat. De parallellen met nu zijn makkelijk te maken, in een tijd waar de academische vrijheid en het kritisch denken in Amerika onder vuur liggen. Het benadrukt dat deze vrijheid geen gegeven is en dat we deze samen in stand houden, of niet. In het boek bestaat er een afdeling Fictie en Archieven die aan de lopende band alternatieve geschiedenis schrijft, ook dat is vandaag de dag mogelijk met een druk op de knop. Als tegenhanger bieden wij nog steeds originele artikelen van auteurs met een kritische blik op hedendaagse vraagstukken.
AGORA: Altijd kritisch en beleidsgericht
In het nulnummer uit juli 1984 geeft wijlen Professor Leen Bak – oud professor Praktische Planologie aan de VU – aan dat AGORA een rol heeft om de kloof tussen onderwijs en beroepspraktijk te overbruggen. Het is daarom des te leuker om te lezen dat die eerste editie van AGORA bol staat van kritische auteurs die hun tijd vooruit lijken te zijn. Rob ter Bogt en Wil Ronken schrijven over het begrip ‘energiebewust bouwen’ en de kansen voor brandstofbesparing en woonlastenverlaging. Meerdere auteurs wijzen op het belang van de lokale context om nationale vraagstukken op te lossen. Zo schrijven F.L.M. Meershoek en A. van der Zee over de lokale problemen die kleine en startende ondernemingen moeten overwinnen om van belang te zijn voor de nationale economie, en wat er geleerd kan worden uit de Engelse context. Ook J.S. Verhagen kijkt naar de mogelijkheden die lokale overheden bezitten om werkgelegenheid te vergroten om zo economisch herstel te stimuleren, en wijst op succesvolle beleidsinstrumenten die gemeenten wel degelijk kunnen inzetten om knelpunten in het bedrijfsleven op te lossen. A. Blankenstein-Bouwmeesters wijst op de belangrijke rol van institutionele beleggers als stakeholder in de totstandkoming van de gebouwde omgeving, en toont aan dat geografisch onderzoek een integraal onderdeel moet zijn van het beslissingsproces dat aan onroerend goedinvesteringen ten grondslag ligt. Deze voorbeelden laten zien dat jonge geografen en planologen wel degelijk in staat waren meerdere schaalniveaus te verbinden en duurzaamheid te betrekken in ruimtelijke ordeningsvraagstukken, al was dit nog niet altijd nadrukkelijk aanwezig in de beroepspraktijk.
Eén verschil met de artikelen van decennia terug, is dat geografen tegenwoordig kritischer lijken te kijken naar de sociale structuren in, achter, en als gevolg van hun eigen vakgebied. Allereerst schrijven Jasmijn van der Craats, Michiel van Meeteren, Krisztina Varró en Marielle Zill dat vrouwen, ondanks een feministische golf binnen de ruimtelijke ordening over de jaren heen, nog altijd hinder ervaren bij de inrichting van de ruimte. Het artikel van Wesley Gruijthuijsen, Ria Goris en Rut Van Caudenberg in op de beleving van jongeren over de Brusselse openbare ruimte, waarbij wordt geconstateerd dat beleidsmakers nog altijd traditionele demografische structuren hanteren. Nog te vaak ervaren bepaalde groepen dat ze worden uitgesloten van de publieke ruimte, of te weinig betrokken bij de inrichting ervan.
Ilke Kerkhofs schrijft over een tijdloos onderwerp, de wooncrisis, maar doet dit met een hedendaagse, gevoelige lens. Ze maakt een abstract thema concreet door een focus op het dagelijks leven van de mensen die onder de wooncrisis lijden. Leon Klomp blikt terug én vooruit: het geloof in maakbaarheid leek weg uit de geografie, maar is bezig met een terugkeer. Is dat wenselijk en welke conclusies kunnen we eruit trekken? Rik Huizinga richt zich in dit nummer op een ander ruimtelijk fenomeen: integratiewoestijnen. Deze term heeft gevolgen voor de slagingskans van integratie en zou een rol kunnen (of moeten?) spelen in het Nederlandse ruimtelijk spreidingsbeleid van vluchtelingen. Rens Jonker is voor dit themanummer in gesprek gegaan met huidige én oud-hoofdredacteuren van geografisch georiënteerde tijdschriften.
Elk van de gesprekspartners geeft een inkijkje in zijn of haar werkzaamheden, van decennia redactie-ervaring en anekdotes uit de oude doos, redacteurservaring op de arbeidsmarkt tot het richting geven aan een drietalig journal.
Naast de thema-artikelen, vind je in dit nummer een viertal artikelen uit de themanummers Noordzee en Sport. Deze waren voorheen alleen digitaal te raadplegen, maar zijn door de betreffende themaredacties geselecteerd om afgedrukt te worden. Diana Korteweg Maris schrijft over de Zeeuwse zoektocht naar balans tussen toerisme en andere lokale waarden. Korneel van Dooren geeft een diepgravend antwoord op een ogenschijnlijk simpele vraag: voor wie waait de zeewind? Vervolgens bespreekt Simon Cook de interesse van geografen in hardlopen vanuit verschillende dimensies. Als laatste beschrijft Gijs van Campenhout de rol van identiteit en integratie in het internationale voetbal.
Op basis van het AGORA archief én dit themanummer kunnen we opmaken dat veel van de thema’s uit de jaren ’80 van de vorige eeuw een comeback maken, maar welke uitdagingen brengt de toekomst? In tijden van versnelling, polarisatie en technocratische beleidsvoering biedt AGORA ruimte voor nuance, alternatieven en langetermijndenken. De uitdaging is om deze positie te behouden en tegelijkertijd nieuwe generaties te betrekken: jonge wetenschappers, ontwerpers, ervaringsdeskundigen en activisten die de sociaalruimtelijke agenda van morgen vormgeven. Huidige en toekomstige ruimtelijk deskundigen zijn daarin niet neutraal. Sociale geografie en planologie zijn bij uitstek disciplines die blootleggen, verbinden en contextualiseren. Beide geven instrumenten om complexe ruimtelijke processen te begrijpen en om alternatieve toekomsten denkbaar en zichtbaar te maken. Wat AGORA onderscheidt van andere platforms is haar vermogen om academische reflectie te verbinden met praktijkkennis, ontwerp, activisme en beleid.
Via programma’s zoals ChatGPT kun je met een druk op de knop een tekst laten genereren. Hoewel de teksten feitelijk nog wel redelijk vaak correct zijn, mist de tekst de ziel die academisch schrijven zo relevant maakt. Academisch schrijven is informatie ordenen, samenvatten, aan elkaar relateren en zelf afwegen wat hoofd- en bijzaken zijn. Schrijven is daarmee een fundamenteel onderdeel van het ontwikkelen van een kritische geest, en zoals we hierboven hebben vastgesteld is deze juist nodig om als geograaf en planoloog een uitermate complexe wereld te navigeren. Misschien lachen we over nog eens veertig jaar om deze tekst, en blijkt dat zelf artikelen schrijven, dezelfde route als de typmachine en de diskette heeft afgelegd. Hoe dan ook, hopen we nog lange tijd een open en interdisciplinair platform te blijven, dat ruimte biedt aan artikelen voortgebracht door kritische geesten.
“We hopen nog lange tijd een open en interdisciplinair platform te blijven“
Rik Huizinga (r.p.huizinga@uu.nl) is Universitair Docent Geografie, Migratie en Jeugd bij de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. Rens Jonker is hoofdredacteur van AGORA Magazine en werkt bij gemeente Utrecht als beleidsadviseur mobiliteitsgedrag. Saskia van Schijndel is redacteur en werkt als beleidsmedewerker juridische planologie bij de gemeente Venlo. Samen vormen zij de themaredactie van dit 40-jarig jubileumnummer.
