Religie, jongeren en alledaagse plekken

Laura Kapinga

(Bron: Stepan Konev via Unsplash)

Religie manifesteert zich niet alleen achter kerk- of moskeedeuren. Voor veel jongeren krijgt hun geloof juist vorm op onverwachte plekken in hun leefomgeving. Dit artikel gaat specifiek over moslimjongeren in westerse landen. Om de rol en betekenis van Islam in hun leven te begrijpen, moeten geografen oog hebben voor de alledaagse plekken waar jongeren hun identiteiten en overtuigingen vormen.

Religie, geloof en spiritualiteit blijven vaak onderbelichte thema’s in studies die de belevingswereld en identiteitsvorming van hedendaagse jongeren proberen te begrijpen. In de sociale wetenschappen is er zelfs sprake van een structurele verwaarlozing van religie als relevant thema. Binnen de geografie geldt dit net zo goed. Hoewel er uitzonderingen bestaan, denk bijvoorbeeld aan werk van geografen die zich specialiseren in religie zoals Lily Kong en Orlando Woods, blijft deze kennis vaak relatief geïsoleerd binnen het vakgebied religious geographies. Zelfs binnen de culturele of sociale geografie wordt religie nauwelijks als relevant onderdeel van de maatschappij meegenomen in onderzoek: niet als onderdeel van bijvoorbeeld de publieke ruimtes, de steden, sociale dynamieken, beleid, politiek of onderwijs. Deze schijnbare afwezigheid van religie wordt ook onderstreept door het archief van AGORA, waar slechts één nummer (in 1988) geheel aan dit onderwerp gewijd werd. In andere edities komt religie sporadisch voor, vaak slechts genoemd in een rijtje identiteitskenmerken. Dit is problematisch omdat het een vertekend inzicht oplevert in de manieren waarop religie en spiritualiteit zich manifesteren in de alledaagse wereld van – in dit geval – jongeren.

Religie in het alledaagse
De rol van religie wordt wel zichtbaar als het alledaagse als uitgangspunt wordt genomen. Deze lens wordt ook wel het lived religion-perspectief genoemd. Sociologen met het specialisme religie, zoals Nancy Ammerman, Robert Orsi en Meredith McGuire geven daarmee een kritische aanvulling opstudies die slechts kijken naar religieuze instituties of andere formele uitingsvormen van religie. Een voorbeeld hiervan is het proberen in te schatten van het belang van gevestigde vormen van religie (zoals bijvoorbeeld stromingen binnen het Christendom of binnen de Islam) middels het aantal kerk- of moskeebezoekers of mensen die aangesloten zijn bij een geloofsgemeenschap. Dit reflecteert niet het belang van religie in het dagelijks leven van jongeren. Zeker omdat sommige religiewetenschappers ook aangeven dat de huidige generatie jongeren religie individueler vormgeven dan hun ouders of grootouders.

Meer aandacht voor hoe gevestigde vormen van religie worden beoefend en beleefd in het alledaagse leven onthult de verweven aanwezigheid ervan in persoonlijke levens, in gemeenschappen, en in dorpen en steden. Ammerman zegt dan ook: Religie wordt zichtbaar als we anders kijken. Bijvoorbeeld, naar hoe religieuze gebruiken veranderen voor specifieke individuen, hoe religie in de opvoeding een rol speelt, en hoe religieuze ideeën vorm krijgen in de interactie met ouders, vrienden, collega’s, en in het publieke domein. Een lived-religion perspectief geeft daarmee een veel completer beeld van religie in de hedendaagse samenleving. Voor geografen en beleidsmakers is het interessant om te onderstrepen dat het dus uitmaakt op welke plekken we als geografen naar religie kijken. Alleen formele religieuze plekken zoals de kerk en moskee zijn daarvoor niet genoeg. Dit wordt duidelijk in concrete stedelijke voorbeelden.

“Why don’t they see us?”
Om dit te illustreren kunnen we kijken naar een voorbeeld in Vancouver (Canada). Afbeelding 1 laat zien hoe religie op een onverwachte manier onderdeel kan zijn van een stad: het beperkt zich niet tot formele religieuze instellingen. De muurschildering Why don’t they see us is ontworpen door Doaa Jamal als een gemeenschapsproject. Jongvolwassen moslims hielpen met schilderen. Het kunstwerk toont een soera – een koranvers – in Koefisch schrift. De titel verwijst naar het belang van verbinding zoeken met ‘anderen’ in de samenleving; tussen generaties binnen de religieuze of culturele gemeenschap; tussen moslims en niet-moslims; en tussen minderheden en de dominante meerderheid. Het raakt daarbij ook aan de druk op de zichtbaarheid en aanwezigheid van de islam en moslims in de publieke ruimte, als gevolg van toenemende islamofobie en vijandige beeldvorming, vooral van jonge moslims.

Afbeelding 1 Muurschildering ‘Why don’t they see us’ by Doaa Jamal (Bron: Doaa Jamal)

Deze muurschildering illustreert ook hoe religie op een veranderlijke of tijdelijke manier aanwezig kan zijn in plekken in de stad, zowel in de materiële als sociale omgeving. Jongeren creëren hun eigen plekken. Religieuze identiteitsontwikkeling kan daarom ook worden gevormd door ervaringen op plekken waar religieuze jongeren zich verbonden, erkend of juist buitengesloten of ongemakkelijk voelen, of dat nu op straat is, in een buurthuis, thuis, op school of online. Dit laat mijn promotieonderzoek zien.

Promotieonderzoek naar religieuze identiteiten van moslimjongeren
Mijn promotieonderzoek richtte zich op de ruimtelijke patronen van religieuze identiteitsontwikkeling onder moslimjongeren in overwegend seculiere samenlevingen. Ik was geïnteresseerd in vragen zoals: hoe ontwikkelen en beleven jonge moslims hun religieuze identiteit vanaf hun tienertijd tot jongvolwassenheid, welke plekken zijn hierin belangrijk, en waarom? Het onderzoek is dus gericht op de hedendaagse uitingen en belevingen van een traditionele vorm van religie, en niet op nieuwe opkomende godsdiensten onder jongeren.

Mijn onderzoeksproject vond plaats in drie stedelijke contexten: Newcastle upon Tyne (Verenigd Koninkrijk), Vancouver (Canada) en Groningen (Nederland). In totaal werden 42 jongvolwassen moslims (tussen de 17 en 30 jaar) geïnterviewd. Tijdens de interviews gaven de deelnemers hun ervaringen weer op een kaart. Gedurende het onderzoek zijn verschillende tools uitgeprobeerd om de kaarten te maken; via Google My Maps, op een geprinte wereldkaart of op een blank vel (zie afbeelding 2). De kaarten waren waardevol om concrete ervaringen en sociale interacties die van betekenis zijn voor religieuze identiteitsontwikkeling te kunnen bespreken. Vragen zoals: “Kun je een plek tekenen waar je jezelf kunt zijn?”, “Op welke plekken praat je over religie?” of “Waar voel je je ongemakkelijk met betrekking tot religie?” leverden verhalen op waarin het alledaagse van religie centraal stond.

Kaarten van vier deelnemers waarbij verschillende technieken zijn gebruikt. (Bron: Onderzoeksparticipanten en Laura Kapinga)

Hoewel de deelnemers vanzelfsprekend veel van elkaar verschillen in leefstijl, identiteitskenmerken en geloofsbeleving, liet de analyse ook duidelijke ruimtelijke patronen zien in de ontwikkeling van hun religieuze identiteit. Vanaf het midden van hun tienerjaren gingen jongeren hun religieuze overtuigingen zelfstandiger verkennen en vormgeven. In deze fase waren ze bewuster op zoek naar wie zij als moslim willen zijn, los van hun ouders of oudere generaties. Daarbij hoorden ook andere plekken. Hieronder worden slechts een aantal kort benoemd: imagined places, digitale plekken en lokale plekken in de stad.\

‘Imagined places’
Mijn onderzoek laat zien dat denkbeeldige plekken een grote rol spelen in de alledaagse levens van jonge moslims. Arida zegt bijvoorbeeld:

Arida (23, Newcastle upon Tyne, VK): Hoe kun je je verbonden voelen met een plek waar je nog nooit bent geweest? Hoe kun je je hechten aan iets wat je nog nooit hebt gezien? Maar zo voel ik dat gewoon. […] Mekka is de plek waarmee ik me meer verwant voel dan met Bangladesh. Bangladesh is cultureel en etnisch gezien […] daar liggen mijn wortels, maar ik zou zeggen dat mijn spirituele en innerlijke verbondenheid met God is – en met het huis van God. Daar zou ik nog liever naartoe gaan. Ook al ben ik er nog nooit geweest, ik zou zeggen dat mijn verbondenheid met die plek iets is dat verder gaat dan ik kan omschrijven.

Arida’s citaat illustreert dat plekken ver buiten de directe leefwereld van jongeren een belangrijke rol kunnen spelen bij de vorming van hun religieuze ideeën en identiteiten. Deze plekken helpen hen nadenken over wie zij als moslim zijn en willen worden. Ook het land van herkomst van eerdere generaties binnen de familie blijft vaak betekenisvol, maar jongeren verhouden zich daar op hun eigen manier toe, vaak door religie juist een andere betekenis of rol te geven. Veel deelnemers voelden zich daarnaast verbonden met Mekka, Medina en de Ummah (het idee van een mondiale islamitische gemeenschap). Deze religieuze plaatsen zijn in zekere zin ‘imagined places’, omdat de deelnemers er zelf nooit zijn geweest. Toch helpen juist deze plekken hen uit te drukken wat religie voor hen betekent. Vanaf de tweede helft van hun tienerjaren werd de verbondenheid met deze plekken sterker.

Digitale plekken
De identiteiten en leefwerelden van westerse jongeren kunnen niet volledig meer worden begrepen zonder aandacht voor digitale plekken. Sociale media kunnen jongeren mogelijkheden bieden om zich te uiten, zich te verbinden en te experimenteren met wie ze willen zijn. De deelnemers gebruikte sociale mediakanalen echter voornamelijk om offline ontmoetingen te organiseren of om jonge moslimgemeenschappen een stem te geven. De meeste deelnemers gebruikten het internet daarnaast om meer over de islam te leren, maar ze bespraken hun bevindingen of ideeën liever in ‘offline’ gesprekken met leeftijdsgenoten. Sophia illustreert dit met haar ervaring toen ze twijfelde over het dragen van een Hijab:

Sophia (22, Vancouver, Canada)“Het was pas toen ik mensen ontmoette die op mij leken, dat ik er echt uitkwam. Het internet hielp me daar eigenlijk niet bij.”

Lokale plekken
Veldwerk in verschillende stedelijke contexten liet zien dat religieuze overtuigingen en identiteiten voornamelijk worden verkend en vormgegeven op diverse lokale plekken in de stad. Hoewel de moskee voor hen als kind belangrijk was, werd deze in deze levensfase minder centraal voor het vormen van hun identiteiten. Lokale ontmoetingsplekken met andere moslims werden juist belangrijker, zoals Ali uitlegt:

Ali (midden twintig, Vancouver, Canada) “Zaken waar je je misschien niet comfortabel bij voelt of waar je niet over kunt praten met je familie, in de moskee, op school, met collega’s of met vrienden. Dit is een plek waar je wél over identiteit kunt praten, over gender, over problemen die je ervaart in je geloof of in interacties met anderen. Het is een ruimte die je verwelkomt en je niet veroordeelt voor wat je zegt of doet.”

Zoals dit citaat illustreert, hangen deze ontmoetingsplekken samen met eerdere ervaringen in de moskee, maar ook met het gevoel om op te vallen als moslim in een niet-moslimomgeving. Deelnemers noemden enkele incidenten van racisme of intimidatie, maar het merendeel deelde dat ze zich vooral ‘bekeken’ voelen. Deze ervaringen van ‘er niet bij horen’ maken lokale ontmoetingsplekken in de stad belangrijk voor jonge moslims. Bijeenkomsten vinden veelal plaats op bijvoorbeeld onderwijsinstellingen, openbare bibliotheken, in parken, of andere plekken waar religie tijdelijk onderdeel wordt van de stad.

Kortom, om als geograaf of beleidsmaker de leefwereld van jongeren te begrijpen is het waardevol om religie in het alledaagse te onderzoeken. Hoewel dit onderzoek inzoomt op een bepaalde religie en op jongeren die opgroeien in overwegend seculiere leefomgevingen, zijn deze inzichten ook waardevol voor andere gevestigde vormen van religie. Het wordt immers duidelijk dat ruimtelijke patronen waarin jongeren hun geloof uitoefenen en hun religieuze identiteiten vormgeven kunnen verschillen van die van oudere generaties en veranderlijk zijn in de transitie naar volwassenheid.

Laura Kapinga (l.m.kapinga@rug.nl) is docent bij het University College Groningen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het artikel is gebaseerd op haar afgeronde PhD-onderzoek dat is uitgevoerd gedurende de jaren dat ze werkzaam was aan de Faculteit Ruimtelijk Wetenschappen.