Geografie van de Jeugd

Sara Brouwer & Rik Huizinga

Vrienden Aaron (midden) en Parker (links) en broer Ruben (rechts) ontmoeten elkaar op een parkeerplaats van een winkelcentrum voordat ze aan een cruise door hun woonplaats Laramie in Wyoming (VS) beginnen (Fotograaf: Linus Linhof, 2024)

De alledaagse belevingswereld van de jeugd verandert momenteel razendsnel door mondialisering, geopolitieke verschuivingen, klimaat- en technologische veranderingen, migratie en groeiende sociaal-ruimtelijke ongelijkheden. Hoe ziet opgroeien er in deze onzekere tijd sociaal-ruimtelijk uit? En welke plekken, relaties en stemmenzijn daarbij betekenisvol? In dit themanummer bijten de auteurs zich in deze vragen vast en verkennen zij gezamenlijk de positie en ervaringen van de huidige jeugd.

De uiteenlopende alledaagse plekken van jeugd
De aanleiding tot het maken van dit themanummer zijn onze ervaringen en inzichten tijdens het vak Geographies of Youth, een tweedejaars keuzevak binnen de BSc Sociale Geografie en Planologie aan de Universiteit Utrecht. Een van die inzichten kwam van Amerikaanse uitwisselingsstudent Aaron Vialpando. Op de voorpagina staat hij tussen Parker, een dierbare vriendin, en zijn broer Ruben geleund tegen zijn 1978 Lincoln Continental Mark V auto. Tijdens de eindpresentatie rondom het thema ‘mobiliteit en vriendschap onder jeugd’, vertelde hij hoe auto’s en cruising – gezamenlijk rondrijden zonder doel – een belangrijke rol spelen in het vormen en onderhouden van vriendschappen onder Amerikaanse jeugd die opgroeien in kleine steden zoals Laramie in Wyoming.

Ook is de auto een manier om je identiteit uit te drukken, zei Aaron. Zo stond deze auto symbool voor de verbinding die hij voelt met familieleden, zoals zijn opa van wie de auto is geweest en zijn vader met die hij hem samen heeft opgeknapt tijdens de coronapandemie. In een bredere zin, verbond de auto hem met zijn familiegeschiedenis en de Chicano-Amerikaanse cultuur. Het cruisen met laagrijdende auto’s, ookwel lowriders genoemd, kent een politieke en culturele geschiedenis onder Amerikanen met Mexicaanse wortels.Het zijn precies deze ervaringen en gevoelens die Aaron graag deelt met zijn vrienden.

De Nederlandse studenten in Aaron’s groepje zeiden dat een fiets in Nederland gewoon een fiets is, maar dat de ontmoetingen rondom het wachten op elkaar en samen van en naar school fietsen wel vormend zijn voor vriendschappen op de middelbare school. Er waren dus verschillen, maar ook genoeg overeenkomsten rondom de sociale aard van mobiliteit en de plekken die mobiliteit creëerde voor jeugd, aldus hun conclusie tijdens de presentatie.

Wat blijkt uit alle bijdragen in dit nummer blijkt is dat de jeugd zich uiteenlopende manieren verhoudt (van onverschillig tot angstig tot zelfverzekerd) tot maatschappelijke ontwikkelingen, die tegelijkertijd op verschillende schaalniveaus plaatsvinden. Een rode draad door de bijdragen heen is zowel het gebrek aan erkenning voor de stemmen van de jeugd als gebrek aan autonomie en eigenaarschap in de verschillende plekken in hun dagelijks leven, zoals school, religieuze ruimtes, buitenspeel- en hangplekken, een gentrificerende buurt, en ook de parkeerplaatsen en cruisende auto’s.

Niet begrepen, vaak gestigmatiseerd en niet gehoord
‘De jeugd is de toekomst’ is een veelgehoord maar weinig kritisch adagium in hedendaagse maatschappelijke en politieke debatten over belangrijke ontwikkelingen in de wereld zoals klimaatverandering, (digitale) technologie, geopolitiek of de inrichting van de dagelijkse leefomgeving.

Jonge mensen worden vaak gezien als aanjagers van verandering omdat hun hersenen anders ‘bedraad’ zijn en daardoor cognitief flexibel zijn. Kinderen en jongeren zitten minder vast in bestaande, dominante structuren, zijn meer bereid of af te wijken van de norm en hebben daardoor een frisse kijk op veranderingen in de wereld. Door de ontwikkelingsfase die zij doormaken waarin identiteitsvorming en zingeving een grote rol spelen, zijn zij meer geneigd kritisch na te denken over normen en waarden. Dit vertaalt zich vaak in innovatie en gerichte maatschappelijke initiatieven. Een voorbeeld is het Nederlandse initiatief ‘Deel de Duif’, opgericht door vier Joodse en Islamitische jongeren vlak nadat de Israel-Palestina oorlog begon. Het doel was simpel: met elkaar in gesprek te blijven. Toch worden de oplossingen die jonge mensen bieden vaak niet begrepen en in sommige gevallen zelfs als te radicaal of naïef bestempeld.

Greta Thunberg wordt vaak ten onrechte als radicaal bestempeld vanwege haar klimaat en politieke activisme (Bron: Hesham Elsherif/Getty Images).

Daarnaast zijn de voorwaarden die nodig zijn voor kinderen en jongeren om hun eigen toekomst te kunnen beïnvloeden vaak te weinig richtinggevend. Vaak kunnen kinderen en jongeren niet genoeg meedenken over, of handelen in, hun eigen leefomgeving, zowel in situaties dichtbij – denk aan het ontwerpen van lokale speelplekken of participatie in middelbare scholen – als veraf – meebeslissen over klimaatacties. Dit is jammer, omdat onderzoek uitwijst dat jongeren niet alleen goed in staat zijn hun mening te uiten, zij spelen ook een actieve rol in het ontwikkelen van hedendaagse of toekomstige plekken en gemeenschappen. Bovendien druist dit in tegen het Kinderrechtenverdrag dat in 1989 door de Verenigde Naties is aangenomen om rechten zoals veilig opgroeien, spelen, vrijheid van meningsuiting en onderwijs te waarborgen. Jonge mensen worden echter vaak gestigmatiseerd als zijnde incapabel en niet compleet genoeg om bij te dragen aan de ‘grote mensen wereld’. Dus blijft hun stem vaak ongehoord.

Een uiterst actueel voorbeeld dat laat zien hoe stigmatiserende beelden van kinderen en jongeren ingezet worden om beleid te bepalen, is de discussie over het invoeren van een verbod op sociale media. In navolging van Australië waar reeds een verbod is ingevoerd voor kinderen onder de 16 jaar op platforms zoals TikTok, X, Facebook en Instagram, verkennen ook verschillende landen in de Europese Unie de mogelijkheden om sociale media gebruik drastisch te beperken. Zo heeft het Franse parlement met een ruimte meerderheid eind januari 2026 een wetsvoorstel over een socialemediaverbod onder 15 jaar aangenomen.

Ook in Nederland begint deze discussie op gang te komen. De nadruk ligt hierbij op gevaren die volwassenen zien; zorgen over verslaving, cyberpesten en ongeschikte content. Jongeren zelf, ondersteund door experts, geven echter aan dat sociale media ook erg belangrijk kan zijn in hun ontwikkeling, bijvoorbeeld in het maken van contact met anderen, het vinden van gelijkgestemden online en het ontwikkel van digitale geletterdheid die noodzakelijk is in een alsmaar digitale wereld. Toch hebben jongeren in de landen waar het verbod wordt besproken tot nu toe niet mee kunnen praten over de invulling hiervan.

Geografie van de jeugd
Zo ook in de geografie. De belevingswereld van kinderen en jongvolwassen is veelal afwezig of wordt als vanzelfsprekend beschouwd in veel geografisch werk gericht op het begrijpen van veranderende samenlevingen. Toch is het juist belangrijk om te begrijpen hoe kinderen en jongeren plekken in een samenleving ervaren en gebruiken, en in sommige gevallen opeisen in de zoektocht naar vooruitgang en sociale verandering. Dit leert ons ook veel over onszelf. Zoals Nelson Mandela ooit zei, “er kan geen levendigere openbaring van de ziel van een samenleving zijn dan de manier waarop zij haar kinderen behandelt”. De ruimtes en plekken waarin jongeren gedisciplineerd worden vertellen veel over de manier waarop wij denken over morele waarden, normatieve levenstrajecten en solidariteit. En dat vertaalt zich in de manier waarop we ingrijpen in de ruimte en deze inrichten.

De Geografie van de Jeugd houdt zich juist bezig met dit soort vraagstukken. Het bestudeert, aan de ene kant, de ruimtelijke dynamieken en sociale relaties die het leven van kinderen en jongeren vormgeven op verschillende schaalniveaus en aan de andere, hoe jongeren ruimtes zelf beïnvloeden. Hierbij gaat het om het in kaart brengen en begrijpen van de plekken waar zij worden geboren, waar zij naar school gaan, studeren of werken, waar zij spelen, waar zij rondhangen, waar zij sporten, en waar zij vrienden maken.

Deze focus laat de bijdrage van een sociaal-geografische invalshoek zien in het bestuderen van het leven en de stemmen van kinderen en jongeren. Binnen deze focus kunnen we toonaangevende geograaf Doreen Massey niet over het hoofd zien. Met haar idee van progressive sense of place heeft ze een grote invloed gehad op het begrijpen van plaats als open, dynamisch en relationeel. Ze worden gevorm door een continue stroom van mensen, ideeën, goederen en cultureel-historische verhalen, wat diversiteit omarmt en een inclusieve toekomst beoogt in plaats van protectionisme. Zoals eerder gezegd, jonge mensen spelen hierin een grote rol als het gaat om het verweven van lokale identiteiten met wereldwijde processen. Door anders associaties en relaties te leggen ervaren jonge mensen de wereld op een kwalitatief andere manier dan volwassenen, en kunnen zich fundamenteel andere geografieën inbeelden buiten het bereik van volwassenen. Zij verbinden verschillende geografische plekken en schaalniveaus op hun eigen manier, wat niet alleen tot nieuwe inzichten leidt maar ook vaak in verband wordt gebracht met positieve verandering, verbondenheid en innovatie. Zo wordt een boom bijvoorbeeld een speelplek, of een onschuldig ogend plein een protestplek, denk aan de Fridays for Future protesten. Als uniek gesitueerde plaats- en schaalmakers hebben zij op die manier invloed op, en geven zij betekenis aan, normen en waarden, cultuur, identiteiten, debatten en toekomstvisies.

Jeugd als sociaal-culturele constructie
‘Jeugd’, ‘kinderen’ en ‘jongeren’: vaak worden deze termen door elkaar gebruikt. Aan de ene kant zijn dit soort categorieën belangrijk om leeftijdsspecifieke behoeften in kaart te brengen, bijvoorbeeld bij gezondheid gerelateerde diagnostiek, ondervoeding bij kinderen of een taalontwikkelingsstoornis.  Aan de andere kant kunnen categorieën stereotyperend werken door jonge mensen op één hoop gooien, wat kan leiden tot generieke oplossingen. ‘Generatie-denken’ is daar een voorbeeld van. Zo wordt er regelmatig verondersteld door jeugdexperts dat Generation Z (geboren tussen 1997-2012) maatschappelijk bewust, actiegericht en technologisch bekwaam is, maar ook ‘verwende sneeuwvlokjes’ zijn die klagen bij elke kleine tegenslag, wat natuurlijk niet geldt voor iedereen. Rachel Pain onderscheidt daarom drie verschillende benaderingen om jonge mensen te definiëren; chronologische leeftijd; fysiologische leeftijd en sociale leeftijd.

Chronologische leeftijd gaat over het aantal jaar dat een persoon heeft geleefd sinds geboorte. De categorie ‘kinderen’ verwijst volgens de Verenigde Naties naar mensen tussen de 0-17 jaar oud, ‘adolescenten’ tussen de 10-19 jaar, ‘jongere’ tussen de 15 en 24 jaar oud, en dan wordt er ook nog onderscheid gemaakt tussen ‘tieners’ (13-19) en ‘jongvolwassenen’ (20-24). Fysiologische leeftijd refereert naar hoe een persoon eruit ziet op basis van fysieke kenmerken zoals fitheid, gezondheid en algemene verschijning, en hoe anderen deze persoon zien. Sociale leeftijd gaat over de sociale waarden en overtuigingen die een maatschappij heeft over bepaalde leeftijdsgroepen. Alle benaderingen kunnen leiden tot leeftijdsdiscriminatie en/of volwassendominantie (adultism).

Ook is het belangrijk jeugd te begrijpen vanuit verschillende culturele perspectieven, omdat jong zijn in verschillende landen een andere betekenis heeft. Er is geen universeel begrip van jeugd, ook al lijkt dat soms zo omdat Westerse ideeën vaak de overhand hebben. Niet alle landen gebruiken dezelfde categorieën van chronologische leeftijd. In veel landen in het Mondiale Zuiden draait bijvoorbeeld de ‘kwalificatie’ om een kind, jeugdige of volwassene te zijn eerder om of je getrouwd bent, of je bepaalde overgangsrituelen rondom puberteit hebt doorgemaakt, en of je kinderen hebt gebaard. Dit laat dus ook zien dat jeugd een genderspecifieke categorie kan zijn.

Over dit themanummer: het belang van de alledaagse geografie
In dit themanummer gaan de auteurs dieper in op bovenstaande belangrijke maatschappelijke uitdagingen en proberen zij op een sociaal-ruimtelijke manier te begrijpen wat deze grote uitdagingen betekenen in de alledaagse praktijk voor de autonomie, welzijn, identiteitsontwikkeling en de transitie naar volwassenheid van jeugd. Samen met zijn collega’s, beargumenteert sociaal en cultureel geograaf Peter Hopkins dat het vaak jonge mensen zijn die als eerste de gevolgen van sociale, culturele en politieke veranderingen ervaren door hun afhankelijk positie in de maatschappij. Toch staan de onzekerheden, angsten en mentaal welzijn vanuit het perspectief van jonge mensen zelden centraal. (Ruimtelijke) Zekerheid – het gevoel dat je grip hebt op de alledaagse leefomgeving en dat deze geen verassingen biedt – is echter wel een belangrijke factor in de manier waarop kinderen jongeren hun thuis, de straat, de buurt, de school, digitale ruimten en de stad navigeren.

In de bijdragen in dit themanummer komen er verschillende ‘niet begrepen’ jonge mensen naar voren. Zo legt Elisavet Pasidi in haar artikel Risicovol buitenspelen in Griekse buurten een verband tussen het opzoeken van grenzen bij het spelen en de ontwikkeling van levensvaardigheden die nuttig zijn in een alsmaar complexere samenleving. Risicovol buitenspelen draagt bij aan de ontwikkeling van veerkracht en creativiteit, en het vermogen risico’s te beoordelen en problemen op te lossen. Dit wordt, echter, vaak niet herkend door ouders en beleidsmakers. Martine Mussies bespreekt in haar artikel Ruimte voor je brein dat vaak de specifieke ervaringen en behoeften van neurodivergente jongeren in de schoolomgeving niet worden begrepen door architecten en schoolbesturen, terwijl een sensorisch-vriendelijke omgeving bijdraagt aan het leerproces. Roos van der Aa schrijft in Wat vinden jongeren van klimaatverandering? dat ouders, docenten en politici vaak de nadruk leggen op de passieve en kwetsbare positie en angstige staat van kinderen in een door klimaatverandering bedreigde wereld, terwijl als er daadwerkelijk aan kinderen wordt gevraagd over hun toekomstbeeld en oplossingen, dat samenwerking en verandering centraal staan.

Ook schrijven de auteurs in dit themanummer over de rol van stigmatisering in de manier waarop we als maatschappij jongeren begrijpen. Rik Huizinga laat zien in Hangen naar aandacht in de openbare ruimte dat het beeld van jongeren in de maatschappij al decennialang wordt bepaald door een morele paniek vanuit de gevestigde orde. Op basis van de berichtgeving rondom Syrische (hang)jongeren in het Stationsgebied van Utrecht beargumenteert hij    In Veranderende sociale cohesie door gentrificatie ontkracht Tim Giesbers het beeld dat bestaat over de rol van jongeren in de verandering van buurten in Amsterdam, veranderingen waarin zij vaak als zondebok worden neergezet. Laura Kapinga bespreekt ten slotte in Religie, jongeren en alledaagse plekken hoe de rol van religie in identiteitsvorming bij jongeren vaak niet wordt begrepen of zelfs wordt gemarginaliseerd. Echter, religie vanuit een alledaags perspectief kan juist jongeren van zingeving kan voorzien en richting geven aan het ontwikkelen van morele kaders en toekomstidealen.

Hoe kunnen we er dan voor zorgen dat jeugdige stemmen gehoord worden? In Levensechte aardrijkskunde: jeugdgeografie in praktijk bespreken Anna Smits, Sara Brouwer, Loes van der Woerdt en Annelie Trouwborst-Vuik het belang van de toepassing van de sub-discipline jeugdgrafie in het aardrijkskunde onderwijs, om zo ervoor te zorgen dat de perspectieven van alle leerlingen worden meegenomen in het onderwijs. Kaat Verhaeghe, Sanne Caluwaerts, Pieter Meurs en Minne Huysmans laten ten slotte zien in hun artikel Jonge stemmen in de stad hoe de perspectieven van kinderen en jongeren op het leven in de stad vaak onderbelicht blijven. Toch is het belangrijk hun perspectief mee te nemen in het vormgeven van de stad om uitdagingen rondom ongelijkheid en uitsluiting tegen te gaan. Beide artikelen wijzen op het belang van relationaliteit hierin, dat wil zeggen een visie waarin kinderen en jongeren als actieve en onderling verbonden actoren meegenomen worden in beslissingsprocessen.

De artikelen onderstrepen daarbij het belang van participatieve en creatieve methoden in onderzoek naar jeugd. Zo laat Elisavet met de play-along methode zien hoe samen spelen ruimte biedt voor expressie die verder gaat dan taal, en hoe jongeren op een voor hen vertrouwde en veilige manier betekenis kunnen geven aan hun ervaringen. Laura’s artikel over mapping benadrukt hoe jongeren via het in kaart brengen van hun leefwereld actief reflecteren op plekken, relaties en gevoelens die voor hen belangrijk zijn, waardoor hun perspectieven centraal komen te staan. In het artikel van Roos wordt drawing ingezet als methode die jongeren de mogelijkheid geeft om complexe of gevoelige ervaringen visueel te verbeelden, ook wanneer woorden tekortschieten. Tot slot beschrijven Kaat et al. een combinatie van participatieve methoden waarin jongeren niet enkel onderzoeksobject zijn, maar actieve mede-onderzoekers, wat hun eigenaarschap versterkt en recht doet aan hun kennis en ervaringsdeskundigheid. Samen benadrukken deze bijdragen dat dergelijke methoden niet alleen methodologisch passend zijn bij jeugdonderzoek, maar ook bijdragen aan een rechtvaardiger en inclusiever onderzoeksproces waarin de stemmen en rechten van kinderen en jongeren centraal staan.

Wij bedanken de auteurs, beoordelaars en redactieleden voor hun bijdrage aan dit themanummer. Bedankt, Aaron voor het delen over cruisen en de mooie vriendschap tussen jou en Parker. Ook willen we jou, Parker, Linus en Ruben bedanken dat we jullie dierbare foto mochten gebruiken op de voorpagina. Verder bedanken we graag alle studenten van het vak Geographies of Youth. Jullie hebben onze blikken verruimd, ons een kijkje in jullie leven gegeven en ons geïnspireerd en uitgedaagd.

Veel leesplezier,

Rik en Sara

Sara Brouwer (s.f.brouwer@uu.nl) en Rik Huizinga (r.p.huizinga@uu.nl) zijn universitair docenten verbonden aan het departement Sociale Geografie en Planologie van de Universiteit Utrecht. Sinds 2023 geven zij samen het vak Geographies of Youth.